Gehoorschade

Toegevoegd op 22 maart 2017

Gehoorverlies kent twee oorzaken, nl. gehoorverlies door veroudering en gehoorverlies door gehoorschade. Gehoorverlies door ouderdom komt bij iedereen voor, al verschilt de mate waarin het zich voordoet van persoon tot persoon en wanneer het zich in sterke mate voordoet, spreekt men van ouderdomsdoofheid. Bij gehoorverlies als gevolg van overdreven lawaai heeft men te maken met beschadiging van de gehoorzenuw die leidt tot lawaaidoofheid.

 

Lawaaidoofheid is het gevolg van een langdurige blootstelling aan te sterk lawaai. De gecombineerde impact van de lawaai-intensiteit en de blootstellingduur, is gekend als lawaaidosis.

 

Het voorkomen van gehoorschade en het verband ervan met een langdurige blootstelling aan lawaai is reeds lang gekend. Vooral in weverijen van destijds werd men met dit fenomeen geconfronteerd, waar wevers dag in dag uit en voortdurend onbeschermd bloot stonden aan intens lawaai. Het resultaat hiervan, na een lange loopbaan, was doofheid. Lawaaidoofheid. Niet alleen in weverijen maar ook in andere lawaaierige omstandigheden heeft men het verband tussen de blootstelling aan intens lawaai en de graad van gehoorverlies kunnen vaststellen. Niet altijd in dezelfde mate als in weverijen, maar toch nefast voor het gehoor. Zo heeft men vastgesteld dat een intermitterende blootstelling minder risico op gehoorschade inhoudt dan een continue blootstelling. Doch, ook een blootstelling van korte duur maar aan zeer intens lawaai (impulsgeluid) kan tot gehoorschade leiden.

 

In de loop der jaren heeft men heel wat statistisch materiaal kunnen verzamelen en dit heeft geleid tot de criteria die op vandaag worden toegepast om gehoorschade te voorkomen. 

 

De huidige wetgeving gaat ervan uit dat met een gemiddelde blootstelling aan 85 dB over een werkdag van 8 uur en dit gedurende 5 dagen van de week, er een beperkt risico op gehoorschade bestaat. Daarom legt de wetgever op dat werknemers zich dienen te beschermen door het dragen van beschermingsmiddelen (oorproppen, oorschelpen, …) om te vermijden dat ze na een lange blootstelling (volle loopbaan van 40 jaar) gehoorschade zouden oplopen.  

 

De stelling is dat het risico op gehoorschade gekoppeld is aan de energiedosis die men opdoet bij langdurige blootstelling aan lawaai. Daarbij is dosis, het product van intensiteit en blootstellingduur. 

 

De grens wordt getrokken bij een geluiddrukniveau van 85 dB, als gemiddelde blootstelling over een volle werkdag van 8 uur (of, een LAeq van 85 dB, gemeten over een werkduur van 8 uur). Dit is ook gekend als een dosis van 100%.   

 

Aangezien de op het gehoororgaan invallende intensiteit evenredig is met het geluiddrukniveau waarin men vertoeft en aangezien de intensiteit verdubbelt wanneer het geluiddrukniveau met 3 dB toeneemt, komt men tot de 3 dB-regel die stelt dat de blootstellingduur dient gehalveerd wanneer het geluiddrukniveau met 3 dB toeneemt.  

 

Om de dosis van 100% niet te overschrijden, leidt dit tot de regel dat de blootstellingduur dient beperkt tot:

  • LAeq,8h = 85 dB, blootstellingduur = 8 h

  • 88 dB                                                    4 h

  • 91 dB                                                    2 h

  • 94 dB                                                    1 h

  • 97 dB                                                    ½ h

  • 100 dB                                                  ¼ h
     

Noteer dat geregelde tussentijdse onderbrekingen het gevaar op gehoorschade verminderen, of anderzijds toelaten om het blootstellingniveau te verhogen of de blootstellingduur te verlengen, om het risico gelijk te houden (zie in dat verband wat hoger vermeld werd met betrekking tot intermitterende blootstelling). Het verklaart ook waarom in sommige landen de 5 dB-regel wordt toegepast. In de Europese wetgeving wordt met onderbrekingen geen rekening gehouden en geldt de 3 dB-regel. Aldus kan gesteld dat de Europese wetgeving een veilige wetgeving is. 

 

Dit illustreert eveneens waarom het risico quasi onbestaande is bij een eenmalige blootstelling, of beperkt blijft bij herhaalde blootstellingen van beperkte duur die in de tijd gespreid zijn. Om dit aan te tonen, volstaat de volgende rekensom. Stel: bij een blootstelling aan 100 dB gedurende één kwartier per dag en dit gedurende 5 dagen van de week en gedurende 40 jaar, blijft de dosis beperkt tot 100%. Als men hierbij de som maakt van de blootstellingduur, komt men uit op een totaal van: ¼ h/d * 5 d/w * 50 w/j * 40 j = 2500 h blootstelling aan 100 dB. Als dit wordt gespreid over 50-wekelijkse blootstellingen van elk 5 uur, beschikt men over een termijn van 10 jaar zonder de 100% dosis te overschrijden. Dit illustreert waarom het bezoek aan een discotheek – wanneer dit in tijdsduur beperkt blijft en men toch een minimum aan bescherming gebruikt - niet direct als dramatisch dient beschouwd. Maar oplettendheid is toch geboden, zoals verder toegelicht. 

 

Het beveiligingscriterium van 85 dB is gebaseerd op statistische gegevens en bijgevolg geldt het voor het gemiddelde individu van de populatie. Het betekent dat sommige personen gevoeliger en kwetsbaarder zijn dan andere en wellicht schade kunnen oplopen bij een lagere dosis, terwijl andere meer kunnen verdragen vooraleer er blijvende gehoorschade optreedt. Om op deze onzekerheid in te spelen, stelt men dat 80 dB, of eerder 75 dB, een veilig criterium is voor iedereen, steeds te zien als permanente blootstelling over de ganse loopbaan. 

 

Lawaai blijft evenwel een gevaar en de beste bescherming bestaat erin van het lawaai te weren of voorzichtig om te gaan met lawaai. Bijzonder voorzichtig dient men om te gaan met impulslawaai. Het is van uiterst korte duur, maar het kan bij een zeer hoog niveau directe en onherstelbare schade veroorzaken. 

 

Twee situaties kunnen als gevaarlijk aangestipt worden, nl. lawaai met hoge pieken (impulsachtig geluid) en systemen waarbij het geluid rechtstreeks in de gehoorgang ingebracht wordt (oortjes).  

 

Voor wat impulsachtig geluid betreft, bestaat het gevaar erin dat het niet met zijn ware impact tot uiting komt in een dosismeting. Zo is een eenmalig piekgeluid met een duur van 1/10de seconde en met een niveau van 140 dB voldoende om de toegestane dagdosis van 100 dB vol te maken, maar ook niets meer. Toch is een impulsgeluid van 140 dB gevaarlijk en kan het onherstelbare schade veroorzaken. Hier is niet zozeer de beperking van de dosis maatgevend voor het risico, maar wel het hoge piekniveau. In dat opzicht zijn impulsgeluiden risicovoller dan aanhoudend geluid met een gemiddeld niveau van, zeg, 100 dB.  

 

Het tweede aandachtspunt is het gevaar bij gebruik van oortjes. Het geluid wordt hiermee geproduceerd in de gehoorgang en in een lawaaierige omgeving kan men al rap geneigd zijn om het niveau hoog in te stellen om zodoende het stoorgeluid van buiten te maskeren. Ook langdurig gebruik van oortjes kan een bepalende factor vormen. Evenzeer zijn klikgeluiden die zich met oortjes kunnen voordoen, bijzonder risicovol (zie hiervoor, impulsgeluid) en men dient er zich van bewust te zijn dat met dit alles oortjes risicovoller kunnen zijn dan aanhoudend geluid met een gemiddeld niveau van, zeg, 100 dB. 

 

Toch mag niet alles te dramatisch beschouwd worden. In normale omstandigheden is het menselijk gehoororgaan van nature in staat om voor enige bescherming te zorgen. Er is namelijk een spiertje in het middenoor (stapediusspier) dat in werking treedt rond 90 dB en de mechanische werking van de gehoorbeentjes afremt. Hierdoor wordt het signaal dat naar de gehoorzenuw (slakkenhuis) wordt overgedragen, onderdrukt. Het beschermt het gehoor in zekere mate tegen overbelasting.  

 

Het is echter af te raden om in alle omstandigheden te rekenen op de natuurlijke bescherming van het gehoororgaan. Het heeft ook zijn beperkingen en één beperking is dat de stapediusspier met enige vertraging in werking treedt. Dit is nadelig bij impulsgeluiden die in een fractie van een seconde optreden en passeren door de gehoorgang, vooraleer de stapediusspier in werking treedt. 

 

In een lawaaierige omgeving is het dragen van oorproppen of oorschelpen steeds aan te raden. Het is tevens nodig om alert te zijn voor tijdelijk gehoorverlies (TTS, Temporary Threshold Shift). TTS herstelt zich na enig tijd bij verblijf in een rustige omgeving. Doch bij geregelde herhaling zet TTS zich om in PTS (Permanent Threshold Shift) en dit betekent, blijvend gehoorverlies.  

Meer weten over onze diensten?